Uitvoering genderbeleid is een kwestie voor alle ministeries

456

Met de bekrachtiging van het CEDAW-verdrag in 1993 en andere internationale verbintenissen heeft Suriname (internationaal) het belang van gendergelijkheid tot uitdrukking gebracht. Hoewel het ministerie van Binnenlandse Zaken uiteindelijk verantwoordelijk is voor het beleid, is de uitvoering een kwestie van alle ministeries en relevante belanghebbenden, zoals onderstreept in het Ontwikkelingsplan 2017-2021.

Uit de evaluatie van onder andere het Genderwerkplan 2013 blijkt echter dat deze betrokkenheid in de praktijk nog tot een minimum wordt beperkt. Minister Mike Noersalim van Binnenlandse Zaken (Biza) is daarom blij dat diverse actoren zich vandaag de dag bereid hebben getoond samen te werken, teneinde gendergelijkheid in Suriname te helpen realiseren. Eén van de mooie voorbeelden van deze samenwerking is de High Level Policy Dialogue, waar onder anderen het onder Biza ressorterend Bureau Gender Aangelegenheden (BGA), het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS), het ministerie van Buitenlandse Zaken, de Caricom, UN Women en diverse andere belanghebbenden bij elkaar zijn gekomen om hierover te brainstormen.

Volgens minister Noersalim heeft de evaluatie van Beijing +20 uitgevoerd in 2014 en Suriname’s 4e, 5e en 6e gecombineerde CEDAW-landenrapport aangetoond dat er lacunes zijn in de genderstatistieken en dat Suriname daarom onvoldoende in staat is om de voortgang van haar nationale en internationale verbintenissen te meten. In het kader van de monitoring van de SDG’s zal het Caricom Gender Equality Indicators (GEI) Model dan ook ondersteunend werken bij het aanpakken van belangrijke beleidskwesties die zijn geïdentificeerd in het Actieplatform van Beijing, het CEDAW en andere internationale verplichtingen. “Als we de benodigde gegevens niet kunnen verzamelen, kunnen we beleidsreacties op basis van gendergelijkheid niet ontwikkelen of meten op gebieden zoals armoede, gezondheid, onderwijs, geweld tegen vrouwen enzovoort”, stelt minister Noersalim.

Philomen Harrison, Director Regional Statistics van het Caricom Secretariaat zei dat de Caribische Gemeenschap klaar staat om met alle belanghebbenden samen te werken en de maatregelen die moeten worden uitgevoerd om de positie van vrouwen en meisjes te verbeteren op de agenda te plaatsen. Het vereist doorslaggevende maatregelen om niemand uit te sluiten, met name als het gaat om het produceren van statistieken. Het secretariaat van het Permanente Comité van Caribische Statistici heeft belangrijke stappen ondernomen om de beschikbaarheid van de benodigde statistieken voor interventies op het gebied van gender mogelijk te maken, verzekerde Harrison. Eén daarvan is de ontwikkeling van het Actieplan voor de Statistiek in het Caribisch gebied, gebaseerd op de 232 SDG-indicatoren voor de unieke SDG’s die moeten worden geproduceerd. Dit actieplan werd goedgekeurd door de 37e vergadering van CARICOM-regeringshoofden in 2016.