Intrekking concessierechten nimmer gebaseerd op rancune

497

Naar aanleiding van berichten in de media over de intrekking van het concessierecht op naam van de heer Brunswijk, Ronnie wenst het ministerie van Ruimtelijke Ordening, Grond-  en Bosbeheer het volgende te weerleggen:

Aan Brunswijk, voornoemd, is bij beschikking van de minister van ROGB dd. 24 december 2013, Bureau no. 4047-13/Min RGB, voor de duur van vijf jaar een concessie tot exploitatie van hout op het terrein vermoedelijk groot 4822ha, gelegen in het district Marowijne, ten westen van de Marowijnerivier en bekend als terrein no. 17c, toegekend.

Procedure

Nadat een aanvraag voor een concessie wordt ingediend, wordt er door de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) een onderzoek ingesteld naar de vereisten aan welke de aanvrager dient te voldoen. Afhankelijk van het advies wordt door de minister bepaald als de concessie al dan niet wordt toegekend aan de aanvrager.

Indien de concessie wordt toegewezen, moet de concessiehouder voldoen aan een aantal wettelijke verplichtingen. Eén van ze is het betalen van concessierechten over het desbetreffend concessiegebied.

Case Brunswijk

Uit de administratie van de SBB is gebleken dat Brunswijk de verschuldigde concessierechten niet heeft voldaan vanaf december 2014 tot en met december 2017. De SBB  heeft herhaalde malen Brunswijk middels een schrijven aangemaand het verschuldigde bedrag aan concessierechten, welke inmiddels is opgelopen, te voldoen. Brunswijk had in een persoonlijk onderhoud met de minister van RGB aangegeven dit in orde te zullen maken. Tevens heeft hij de bewindsvrouw medegedeeld dat hij wegens omstandigheden niet altijd bereikbaar is, maar dat de communicatie via zijn directe contactpersonen te weten de heer Robin Brunswijk en Hugo Blinker zou verlopen. Beide heren te weten Brunswijk en Blinker hebben uit handen van het ministerie diverse aanmaningsbrieven ontvangen, maar de terugkoppeling met het ministerie bleef tot heden ten dage uit. Dat was de directe reden voor het ministerie van ROGB c.q. de SBB om conform de wet: artikel 32 lid 1onder a en 36 lid 1 onder c van de Wet Bosbeheer, de concessierechten toegekend aan Brunswijk op 19 januari 2017 in te trekken.

Vraagtekens

In de Ware Tijd online verscheen op 10 januari 2018 een bericht met een quote van Brunswijk: “al trekken ze al mijn concessies in, er zijn andere manieren om aan geld te komen” baart het ministerie enigszins zorgen, daar de indruk ontstaat dat de concessie uitgeoogst is.

Het ministerie van ROGB betreurt deze houding van Brunswijk, voor wie zij altijd een deur open heeft gehouden om te communiceren, waarvan hij het niet nodig achtte daarvan gebruik te maken. Het ministerie wenst met klem te benadrukken dat de maatregel met betrekking tot intrekking van concessies niet slechts op Brunswijk wordt toegepast, doch elke concessiehouder die in gebreke blijft ten aanzien van concessieverplichtingen mag soortgelijke maatregelen tegemoet zien. Voor concessionarissen die aanmaningen hebben ontvangen van SBB en het verschuldigde bedrag niet in één keer kunnen voldoen, bestaat altijd de mogelijkheid om middels dialoog te komen tot een betalingsregeling.