BGA vraagt om aandacht strijd geweld tegen vrouwen

431

De UNWOMEN heeft de 25ste van elke maand uitgeroepen tot “Orange Day”, om aandacht te vragen voor het tegengaan van geweld tegen vrouwen. Het is gericht op de bewustmaking van het publiek en het vergroten van de politieke wil en de middelen voor het voorkomen en beëindigen van alle vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes in alle delen van de wereld.

Als symbool voor de strijd tegen het geweld is de kleur oranje gekozen en worden wereldwijd zoveel mogelijk mensen aangespoord om op de 25stevan elke maand hun omgeving oranje te kleuren.

Als een heldere en optimistische kleur, vertegenwoordigt oranje een toekomst vrij van geweld tegen vrouwen en meisjes.

In Suriname worden er diverse inspanningen gepleegd door zowel overheid als niet overheid instanties om geweld tegen vrouwen, waaronder huiselijk geweld, aan te pakken. Een van deze bijzondere inspanningen is de aanname van de Wet Bestrijding Huiselijk Geweld in 2009 (S.B. 2009 No. 84) om slachtoffers van huiselijk geweld te beschermen tegen het geweld dat hen wordt aangedaan. Om gebruik te kunnen maken van deze bescherming zal het slachtoffer of iemand namens het slachtoffer een verzoek voor een beschermingsbevel moeten indienen bij de civiele kantonrechter. De rechter gaat zo een verzoek eerst onderzoeken en mocht blijken dat het slachtoffer bescherming nodig heeft, zal de rechter afhankelijk van wat door het slachtoffer is gevraagd en wat toepasselijk is, geboden en of verboden opleggen aan de pleger van huiselijk geweld. De mogelijke geboden en verboden zijn genoemd in de wet, maar de rechter kan altijd afhankelijk van de situatie andere geboden en verboden opleggen die niet in de wet zijn genoemd.

Enkele voorbeelden van geboden: de pleger moet schadevergoeding betalen voor materiële schade; de pleger moet de echtelijke woning verlaten; en de pleger moet iedere vuurwapenvergunning of ieder vuur – of ander wapen aan de politie afstaan.

Enkele voorbeelden van verboden: de pleger mag zich niet schuldig maken aan huiselijk geweld; de pleger mag het slachtoffer niet bedreigen met huiselijk geweld; de pleger mag zich niet bevinden in de echtelijke woning of in ruimten die regelmatig door het slachtoffer worden bezocht; de pleger mag niet direct of indirect in contact treden met het slachtoffer; en de pleger mag het slachtoffer niet binnen een bepaalde afstand benaderen.

Naast de bescherming die deze wet biedt, zijn er nog andere bijzonderheden aan de wet:

1.      Een ruime definiëring van huiselijk geweld. Verschillende vormen van huiselijk geweld vallen hieronder zoals lichamelijk, seksueel, financieel en psychisch geweld.

2.      Zoals eerder genoemd kan iemand anders namens het slachtoffer een verzoek voor een beschermingsbevel indienen bijvoorbeeld de partner van de pleger, een lid van het gezin van de pleger of slachtoffer, een ouder of een bloed- of aanverwant van de pleger of slachtoffer. Maar ook een instantie mag een verzoek indienen, zoals het Bureau voor Familierechtelijke Zaken (Bufaz), Bureau Slachtofferzorg, het Openbaar Ministerie (OM) en de school. Verder kunnen de volgende functionarissen ambtshalve een verzoek indienen: de politie, arts, reclasseringsambtenaar, erkend maatschappelijke werker, en psycholoog.

3.      Het verzoek voor het indienen van beschermingsbevel is snel en eenvoudig. Hiervoor is er geen advocaat nodig. Een formulier daartoe is beschikbaar bij diverse instanties zoals de politie, hulpverleningsinstanties, en de griffie van het Kantongerecht Civiele Zaken.

Belangrijk is dat het slachtoffer uit de vicieuze cirkel van huiselijk geweld kan. Vele slachtoffers hebben al gebruik gemaakt van de bescherming die de wet biedt!