Nationale Grenscommissie consulteert Traditioneel Gezag

250

De Nationale Grenscommissie (NGC) onder leiding van ambassadeur Harold Kolader heeft de visie van het Traditioneel Gezag aan de Boven Marowijne- en Lawarivier over de grens met Frans Guyana aangehoord. De commissie heeft in dat kader op dinsdag 19 maart 2019 een krutu belegd op Stoelmanseiland. Er is daarbij van gedachten gewisseld met vertegenwoordigers van Inheemse en Afro-Surinaamse gemeenschappen uit dorpen langs de grens.

Het Ministerie van Regionale Ontwikkeling faciliteerde de missie van de NGC. De delegatie van RO stond onder leiding van de directeur Wensley Misiedjan van het Directoraat Duurzame Ontwikkeling Afro-Surinamers (DOAS). Districtscommissaris August Bado (Sipaliwini – bestuursressort Tapanahony) was gastheer.

Hoofdkapitein Penjo Adaba van het dorp Benanu heeft namens granman Bono Velantie van de Ndjuka’s waardering uitgesproken over het initiatief van de commissie om de lokale bevolking te betrekken bij het proces in aanloop op de definitieve grensbepaling. Samen met de  overige kapiteins en basja’s zal hij het stamhoofd informeren over de stand van zaken. Daarna komt er een tweede contactmoment tussen de commissie en de lokale vertegenwoordigers.

Ambassadeur Kolader blikt tevreden terug. “Wij zijn zeer tevreden met het contact dat er is geweest en dat de mensen hun inzichten hebben gegeven. Het was een belangrijk moment. Dit is de eerste keer dat de grenscommissie op deze wijze de woongemeenschappen aan de grens consulteert. Wij hebben hun zienswijze aangehoord en hebben ze uitgelegd hoe het werk wordt gedaan”, aldus de ambassadeur. Hij heeft begrip voor de ergernis bij de mensen over het brute geweld van de Franse autoriteiten. De afgelopen maanden hebben Franse veiligheidstroepen bezittingen van Surinaamse goudzoekers en anderen vernield. Volgens de Fransen vonden die vernielingen plaats op Frans territoire, volgens de Surinamers was dat in Suriname. Kolader zegt dat de NGC pas weer aan tafel gaat met de Fransen als de consultatie met de gemeenschappen langs de grens is voltooid. Hij geeft de garantie dat de commissie het Surinaams belang voor de volle 100 procent dient en zich niet laat intimideren door de Fransen. “Wat van Suriname is, zal van Suriname blijven”, garandeert de NGC-voorzitter.

In het traject naar het onderbouwen van de Surinaamse zienswijze wordt onder meer rekening gehouden met de grensovereenkomst uit 1915 tussen Frankrijk en Nederland als het toenmalig moederland van Suriname. Volgens die overeenkomst wordt de grens tussen Portal en Stoelmanseiland bepaald door de middellijn van de Marowijnerivier. Eilanden die grotendeels aan de Franse kant van de middellijn liggen, zijn van Frankrijk. Eilanden die grotendeels aan de Surinaamse kant liggen, zijn van Suriname.

1ste Luitenant  Hendrik Setrowidjojo (Officier der Operaties en Opleiding Nationaal Leger) reisde mee en is belast met de militaire samenwerking met Frankrijk. Setrowidjojo heeft de nadruk gelegd op het belang van de jarenlange militaire samenwerking tussen Suriname en Frankrijk. Die bestaat al decennialang en is in 2003 op verzoek van het buurland geïntensiveerd.

De commissie heeft bij monde van Bernice Mahabier (lid NGC) een beroep gedaan op de Traditionele Gezagsdragers om te helpen bij het benoemen van eilanden in de rivier. Ook de geschiedenis van nederzettingen op deze eilanden kan van betekenis zijn bij het formuleren van het Surinaams standpunt.

De missie van de NGC duurde van maandag 18 tot met woensdag 20 maart 2019.