Minister Hoefdraad gaat in op recente leenovereenkomsten

317

Minister Gillmore Hoefdraad van Financiën gaf tijdens een presentatie met de pers een uiteenzetting over de recente ontmoetingen met internationale organisaties waar financiële afspraken mee zijn gemaakt. Het gaat om leningen en schenkingen voor Suriname ten behoeve van verschillende sectoren. De meeting met de verslaggevers vond plaats op donderdag 18 april 2019.

De Financiën-minister gaf tijdens zijn uitleg aan dat indien landen zich op verschillende manieren willen ontwikkelen, zij kapitaal nodig hebben. Het zou financiële middelen kunnen zijn die het land zelf heeft verdiend of door middel van een lening of schenking. Het komt wel vaak voor dat landen in ontwikkeling schenkingen krijgen van buitenlandse organisaties of financiële partners. Hij voerde verder aan dat organisaties waar er recentelijk leningen mee zijn afgesloten, onder strenge voorwaarden zijn gegaan. Hij noemde daarbij namen van grote organisaties als de Islamic Development Bank, het OPEC Fund for International Development (OFID), de Wereldbank, het Kuweit Fund en International Islamic Finance Corporation.

De bewindsman zei alle begrip te hebben voor de zorgen vanuit de samenleving, maar merkt op dat de regering niet ‘a la dol leent’. De focus wordt gelegd op de ontwikkeling van het land. Het Academisch Ziekenhuis (AZP) en de Energie Bedrijven Suriname (EBS) zijn voorbeelden van waar investeringen hard nodig zijn. In deze gevallen kan niet worden gewacht tot onze eigen economie hersteld is. Volgens Hoefdraad heeft de overheid te kampen met ernstige capaciteitsproblemen waardoor de zaken stagnaties ondergaan en de ontwikkelingen langer op zich laten wachten. Hij vond ook dat ons land meer fiscalisten nodig heeft om de financiële status te controleren.

“Suriname heeft in de moeilijkste tijden kunnen voldoen aan zijn betalingsverplichtingen. Crisis of geen crisis, schulden zijn betaald. Nog steeds zijn er diverse internationale organisaties die belangstelling tonen om een samenwerking met Suriname aan te gaan” gaf de minister per slot van rekening aan tijdens zijn uitgebreide presentatie met betrekking tot de recente leenovereenkomsten met internationale organisaties.