Ontwikkelingsvisie voor Tapanahony in de maak

173

Het districtscommissariaat van Sipaliwini (bestuursressort Tapanahony) en stichting OSAEDA zullen in een samenwerkingsverband een visie uitwerken om het Tapanahony-gebied in ontwikkeling te brengen. Directeur Praveen Kumar Chintakayala van OSAEDA en districtscommissaris (dc) August Bado hebben onlangs de speerpunten van de ontwikkelingsvisie gepresenteerd aan de leiding van het ministerie van Regionale Ontwikkeling. De presentatie vond plaats in de vergaderzaal van het ministerie.

Bij de presentatie waren ook de diverse afdelingshoofden betrokken om een bijdrage te leveren bij de formulering van deze ontwikkelingsvisie. Directeur Wilco Finisie van het Directoraat van Regionale Ontwikkeling op het ministerie zegt dat deze visie geïnitieerd wordt in het kader van de public private partnership, waarbij de overheid en de private sector bij elkaar komen om samen te werken aan de ontwikkeling van gebieden. De directeur geeft verder aan dat binnen deze visie, de samenwerking gericht zal zijn op alle sectoren die kunnen bijdragen aan de realisatie van het ontwikkelingsplan.

OSAEDA richt zich op het ontwikkelen en onderhouden van duurzame infrastructuur, onder meer in rurale gebieden. Er zijn in dat kader vijf concrete werkgebieden gecategoriseerd, te weten: 1. Verbetering van de kwaliteit van het leven in gemeenschappen; 2. Leiderschap (samenwerken, management, planning); 3. Toewijzing van middelen; 4. Natuurlijke omgeving (situering, land + water, biodiversiteit); 5. Klimaat. De organisatie staat sinds februari 2013 in Suriname geregistreerd als een stichting.

Dc Bado en de stichting zijn momenteel bezig de visie in te plannen. Er worden documenten uitgewisseld om goed na te gaan hoe zij het uiteindelijke doel, binnen de bestaande systemen en ontwikkelingsplannen van de overheid, kunnen realiseren. Directeur Finisie benadrukt dat deze visie ondergeschikt is aan de ontwikkelingsvisie van de overheid.

Een belangrijk punt binnen deze samenwerking, is volgens de RO-directeur, dat er vroegtijdig contact met de gemeenschappen zal worden opgemaakt. Hij zegt dat dit van groot belang is, omdat de inbreng van de mensen binnen deze gemeenschappen van tevoren moet plaatsvinden en niet wanneer het plan uitgevoerd wordt.

Ook wijst de directeur erop dat binnen deze ontwikkelingsvisie er zeker rekening gehouden zal worden met andere processen die gaande zijn, zoals de uitvoering van het “Stappenplan ter Realisering van de Wettelijke Erkenning van de Grondrechten der Inheemse en Tribale Volken in Suriname”.

Vooralsnog is er sprake van een visie. Finisie onderstreept dat er in deze fase wordt gewerkt aan een model, dat aangeeft hoe het plan moet gaan werken. De totale plaat zal ook aan de leiding van het ministerie gepresenteerd worden.