Regering: “Afobaka stuwdam zal nooit worden verpand”

278

In de media circuleren berichten dat de Afobaka stuwdam zal worden verpand om daarmee de staatsschuld te verhogen. Een oppositie partij kondigt aan dat alleen al met deze informatie de minister van Financiën moet worden opgesloten.

De regering wenst allereerst te benadrukken dat de dam niet kan en nooit zal worden verpand. Het is de grootste onzin en gewoon een onmogelijkheid. Deze fabel hoort niet thuis in de werkelijkheid van het draaien van onze economie.

De regering is van oordeel dat de beweringen een oneigenlijk verband trekken met slechts 1 doel. Het doel is om de aandacht af te leiden van het wezenlijk enorme voordeel voor de economie dat gepaard gaat met de overdracht van de Afobaka dam en de krachtcentrales.

Het eigen bezit over de dam markeert een einde aan de winst die Alcoa maakte op Suriname, door de verkoop van elektriciteit opgewekt uit natuurlijk water tegen een kostprijsberekening die ver boven de wereldmarkt equivalentieprijs voor olie ligt. De USD 50 tot 60 miljoen elk jaar die ging naar Alcoa in de USA houdt daarmee op. Suriname zal dit geld aan haar eigen ontwikkeling kunnen besteden.

De economische perspectieven verbeteren hierdoor enorm en juist dit zal ons opereren in de internationale financiële markten versterken. Internationaal wordt hierover beschouwd dat Suriname het roer in eigen handen neemt. De jaarlijkse uitsparing van USD 50 miljoen zal extra kunnen worden geïnvesteerd in de economie wat een veel gelijkwaardigere basis schept voor internationaal zakendoen.

Na 55 jaar is de overname ook een geschiedkundige mijlpaal. Het markeert een stap vooruit op de weg naar verdere verzelfstandiging van onze economie. Deze positieve stap stelt ons land in staat om in eigen beheer de bauxiet industrie te ontwikkelen, de energievoorziening efficiënt en toereikend te maken en veelbetekenende nieuwe exportmarkten aan te boren.

De regering meent dat in de geschiedenis er meerdere vooruitstrevende stappen voor een hogere graad van soevereiniteit en vooruitgang zijn gezet, welke allen het waard zijn om gekoesterd te worden gebracht. De onafhankelijkheid van 1975 was van dergelijke aard. Ook toen waren er echter voorstanders en tegenstanders.

Weliswaar lag het aan het volk en haar leiders om de potentiële voordelen waar te maken en verder uit te bouwen. Dit is wederom het geval. De regering wil dan ook benadrukken dat zij zal voortgaan op de ingeslagen weg om hogere economische groei, meer werkgelegenheid, en betere energievoorziening te brengen naar alle delen van het land.

De regering verzekert dat over de Afobaka dam niets anders dan een zorgzaam en economisch verantwoord beheer zal worden gevoerd. Ten aanzien van het lenen in het buitenland gebeurt dit met alle zorgvuldigheid en het letten op het belang van Suriname in de productiesectoren, het onderwijs en de gezondheidszorg, de elektrificatie van het binnenland en de vergroting van het drinkwaterpotentieel en agrarische teelt. Om maar een paar van de projecten te noemen.

Het is niet de tijd om langs de kantlijn te staan en negativiteit te verkondigen. Het is zinloos om spookbeelden op te roepen. Met zijn allen werken aan de toekomst is hetgeen dat belangrijk is en Suriname tot een krachtige speler op de wereldkaart zal maken.