Nader uitleg van minister Hoefdraad omtrent relatie IMF

1374

Het recente IMF-bezoek was een gebruikelijke Artikel-4 missie die in het algemeen de economische ontwikkelingen en vooruitzichten onderzoekt. De diepgaande en kortzichtige uitspraken van het IMF over de schuldpositie en international reserves tegenover de politici en de pers hebben alleen maar tot verwarring en onrust in de samenleving geleid. Vandaar dat minister Hoefdraad het noodzakelijk vond om nader uitleg te geven omtrent de relatie met het IMF.

Er zijn namelijk geen concrete afspraken over de uitvoeringen van het Stabiliteits-en Herstelplan gemaakt tussen de Surinaamse autoriteiten en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De uitspraken die in de pers zijn verschenen dat er harde afspraken zijn gemaakt met deze missie om de energie -en brandstoftarieven in 2017 te verhogen, worden door de Surinaamse overheid met klem ontkend.
Integendeel, de brandstofbelasting zal alleen verhoogd worden op basis van de observatie over de economie. En over de verhoging van electra zal eerst op een bezoek van een internationaal bureau worden afgewacht. De overheid haalt aan dat zelfs de IMF de terugval van de economie te laag had ingeschat. Op basis hiervan zullen dus projecten moeten worden herzien.

Maatregelen als het sterk terugdringen van het begrotingstekort, de opbouw van de monetaire reserves, het vrijlaten van de wisselkoers, het verbeteren van het sociaal vangnet en het voorbereiden van wetshervorming en institutionele versterking probeert de regering juist te treffen om de economie te balanceren en weer te doen groeien. Omdat in de tweede helft van het jaar de economische recessie te laag werd ingeschat, heeft de regering de verhoging van brandstof en electriciteit nog uitgesteld. Deze zouden pas in 2017 of in 2018 mogelijk kunnen zijn, indien overheidssubsidies op deze goederen niet meer nodig zijn.

Volgens minister Hoefdraad was er sinds september al verschil in opvattingen. De overheid en het IMF-team zullen dus in 2017 weer een onderhoud met elkaar moeten hebben om dit meningsverschil niet uiteen te laten lopen.