Suriname herdenkt 15 jaar ratificatie Belem do Para Verdrag

505

Het Bureau Genderaangelegenheden (BGA) van het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft in het kader van herdenking 15 jaar ratificatie van het Belem do Para verdrag gemeend om gedichten met het thema geweld tegen vrouwen te delen met de gemeenschap. Op 19 februari 2002 heeft Suriname het Inter-Amerikaans Verdrag inzake de Preventie, Bestraffing, en Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen of te wel het Belem do Para Verdrag geratificeerd. Dit jaar is het dus 15 jaar dat Suriname partij hierbij is. “Door de jaren heen zijn er diverse inspanningen gedaan door de overheid in samenwerking met ngo’s en stakeholders. We zijn op de goede weg , maar natuurlijk moet er nog heel veel gaan gebeuren”, zegt Shiefania Jahangier, onderhoofd BGA Suriname.

In het kader van de herdenking kregen de cursisten van de Surnumerairsopleiding van het ministerie van Binnenlandse Zaken een groepsopdracht, waarbij zij gedichten moesten schrijven met het thema “Geweld tegen vrouwen”. Er zijn hieruit vijf gekozen ter publicatie aan de samenleving. Deze publicatie moet leiden tot het groter maken van de bewustwording bij de gemeenschap. Door het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn er vele awareness activiteiten georganiseerd in samenwerking met verschillende ministeries en ngo’s, waaronder voorlichtings- en trainingsactiviteiten om geweld tegen vrouwen tegen te gaan.

Ook hebben er beleidsmatige vorderingen plaatsgevonden sinds de ratificatie tot heden. De vele inspanningen geven er goed blijk van dat Suriname haar committering aan het Belem do Para Verdrag heel serieus heeft genomen. Vanaf 2002 is de Nationale wetgeving aangepast, maar er zijn ook nieuwe wetten geformuleerd. Een paar voorbeelden hiervan zijn de wet op Mensenhandel in 2006, de wet Bestrijding Huiselijk Geweld in 2009 en de Wet Strafbaarstelling Belaging in 2012, die zijn aangenomen in de Nationale Assemblee (DNA) . Het wetboek van Strafrecht inzake zedenmisdrijven is herzien geworden. Ook institutionele voorzieningen hebben plaatsgevonden, onder meer bij het Bureau Slachtofferzorg en Bureau Slachtofferhulp en de opvang voor vrouwelijke slachtoffers van Huiselijk Geweld.

“We zijn nog lang niet waar we wezen moeten. Wij willen naast huiselijk geweld ook focussen op andere vormen van geweld. Want zoals is aangegeven in het verdrag, verstaat men onder geweld tegen vrouwen elke handeling of gedraging gebaseerd op gender, die tot gevolg heeft de dood of lichamelijke, psychologische, seksuele schade van vrouwen. Dit geweld kan plaats vinden in de familiesfeer, in een interpersoonlijke relatie, in de gemeenschap of in openbare plaatsen zoals werkplaatsen, scholen en gezondheidscentra”, aldus Jahangier.